Ik heb een vraag
Het is rust en we staan met 6-1 achter!

Het is rust en we staan met 6-1 achter!

Ik voel paniek, angst, dan weer verdriet, berusting, acceptatie en vechtlust door mijn lijf schieten. Soms weet ik niet meer wat ik moet doen!

Als eigenaar van een horeca- en activiteitencentrum word ik al weken wakker met dezelfde droom; In een voetbalwedstrijd sta ik voor rust al dik achter en als trainer weet ik niet meer wat ik moet doen. Maar na vanmorgen is er ook een sprankje hoop bijgekomen.

De droom is een echte nachtmerrie; Na een paar degradaties achter elkaar zijn we ook weer twee keer gepromoveerd. We spelen nu voor het derde jaar op rij weer in de hoogste klasse, de klasse waar we thuis horen.

Twee jaar geleden hebben we het clubhuis verbouwd, een tribune laten plaatsen en enkele nieuwe spelers gecontracteerd. We zijn klaar voor het seizoen. We hebben goed getraind, vertrouwde patronen ingeslepen en de hele jeugdploeg verplicht door laten stromen naar de selectie. Ze zijn een welkome aanvulling.

Daarnaast heeft onze spits enkele nieuwe schijnbewegingen aangeleerd. Hij is onze beste speler, lastig te verdedigen en enorm populair bij het publiek.

Vandaag spelen we onze eerste wedstrijd. Ons elftal heeft er na de lange winterstop veel zin in. De tegenstander is onbekend. Sterker nog, we hebben alleen de informatie dat ze hard, gemeen en bijzonder effectief zijn. Tijdens de warming-up heb ik wel gezien dat hun spitsen bijzonder snel zijn, maar dat zijn onze verdedigers ook. Vlak voor het betreden van het veld geef ik onze verdedigers toch het advies om de spitsen extra kort te dekken.

De scheidsrechter blaast op zijn fluit, de wedstrijd kan beginnen. Met vertrouwen zie ik dat we direct het initiatief nemen en de bal rustig rond laten gaan. Door het korte verdedigen komen hun spitsen niet in de wedstrijd. Na een goede combinatie via onze rechterkant kopt onze linkshalf in de vijfde minuut de bal snoeihard binnen bij de eerste paal. 1-0! We staan voor! Ik ben blij, dat geeft vertrouwen voor de rest van de wedstrijd. Dit doelpunt pakken ze ons niet meer af.

We blijven daarna goed combineren, maar het spel van de tegenstander wordt beter en vooral geniepiger. Regelmatig wordt er buiten het gezicht van de scheidsrechter een tik uitgedeeld of even in het voorbijgaan aan de haren getrokken.

Na een verschrikkelijke, en door de scheidsrechter onbestrafte tackle van hun rechtshalf, gaat onze linkervleugelverdediger kermend naar de grond. Onze verzorger rent het veld in ziet meteen dat het flink mis is. Met zwaar knieletsel wordt onze verdediger op een brancard het veld afgedragen. We zullen hem de rest van het seizoen moeten missen. Ik breng onze beste jeugdspeler voor hem in de plaats.

De tegenstander wisselt van tactiek. Ze gooien nu de bal steeds achter onze verdedigers. Ik merk dat hun spitsen sneller zijn dan ik had verwacht en binnen 10 minuten staan we met 2-1 achter. Ik begin me zorgen te maken.

Bij het teruglopen naar de dug-out zie ik bondscoach Fred Rutte staan. Hij heeft nu geen krullen, maar rechte, niets iets te lange haren. Ook draagt hij een bril. Zo ken ik hem niet.

Hij geeft me het bevel om onze verdedigers minder kort te laten dekken en zeker 1,5 meter afstand te laten houden. Dat had ik zelf ook al begrepen en geef direct onze verdedigers de nieuwe instructies door. Het helpt niets!

Na twee snelle aanvallen door het midden wordt het al snel 1-3 en 1-4. Onze spits is na een elleboogstoot groggy naar binnen gedragen en wordt behandeld door onze verzorger. Die is er maar druk mee. Nooit eerder heeft hij binnen twintig minuten zes keer het veld in hoeven rennen om mijn spelers te behandelen. Vak K zet zelfs al een lied voor hem in.

Donkere wolken pakken zich letterlijk boven het voetbalveld samen. Het publiek vlucht naar binnen om een veilige plek te zoeken. Lichtflitsen schieten door de lucht en in de verte hoor ik het doffe gedonder. De scheidsrechter doet alsof er niets aan de hand is en onderbreekt het spel niet. De tegenstanders lijken niet geïntimideerd. Mijn spelers wel. Met angstige ogen en met de tong op de schoenen rennen ze verdwaasd over het veld. De plaatselijke sponsor probeert met een paar vitaminepreparaten de spelers wat op te peppen. Het lijkt iets te werken, maar mijn team kan niet voorkomen dat we toch nog twee doelpunten tegen krijgen. 1-6 en nog geen rust! Wanhopig staan we met z’n allen te verdedigen.

Langzamerhand begin ik enkele patronen bij de tegenstander te herkennen en zie bij hen ook tekenen van vermoeidheid ontstaan. Het merendeel van mijn ervaren spelers wil graag vervangen worden, maar ik wissel ze nog niet. Ik vraag me af of ik zelf niet moet gaan meespelen, maar besluit om dat niet te doen. Overzicht houden is vooral nu verstandig.

Het is bijna rust en ik heb enkele beslissingen genomen. In de rust laat ik nieuwe voetbalschoenen bezorgen en de tweede helft gaan we op het kunstgrasveld spelen. Dan komt de snelheid van hun spitsen minder goed tot zijn recht. Enkele geroutineerde spelers van mijn team laat ik staan, want ik ben bang voor nog eens zo’n aanvalsgolf van de tegenstander. Tussendoor breng ik alle 14 jeugdspelers, Marion Koopmans en drie keepers in en hoop ik dat mijn geblesseerde spits nog van waarde is.

Net op het moment dat na een snelle counter onze technische jeugdspeler de bal tegen de paal schiet en de scheidsrechter voor het rustsignaal fluit, stopt het met regenen. De eerste toeschouwers verzamelen zich weer rond het veld… en word ik wakker.

Herman Pronk, eigenaar De Wilgenweard Nijverdal